Gouden-schooven-1948_0119 |
Save page Remove page | Previous | 1 of 16 | Next |
|
small (250x250 max)
medium (500x500 max)
large ( > 500x500)
Full Resolution
|
This page
All
Subset |
%&p
GOUDEN SCHOOVEN.
17e Jaargang No. 10
Oct. 1948.
Evangelisatie - maandblad.
Uitgave van:
„De Pinksterzending
in Ned.-Indië".
(Assemblies of God.)
Abonnementsprijs:
f 1.— per maand,
f 3.— per kwartaal.
,3ls er een Ijanonoi koren tn fyel
lano, op be fyocglen ber bergen?
,Be èrncljl oaaroan zal rutscl|en
als he "pltüanon.
». 72: IB-Redactie:
Zr. M. A. ALT.
Administratie:
Mej.R. DEKKERS.
Adres:
Krembangan
Westerkade 55
Soerabaja.
Druk. H. van Ingen — Soerabaia. 1500 ex.
2J5 net ckatiima van net ,,opteken In tongen* waatdeLooi?
Wij nemen, als geloovigen, allen aan, dat de
Bijbel is : het geïnspireerde Woord van God, het
richtsnoer van het geloofsleven der ware christenen
voor alle eeuwen.
Uitgaande van dit standpunt willen wij o.a.
1 Corinthe 14 tezamen lezen, biddende om de voorlichting
des Heiligen Geestes, in 't vaste geloof, dat
dit apostolisch woord ook ons geldt, de gemeente
van Christus in de laatste dagen dezer „bedeeling
der heidenen."
Ieder bekeerd en wedergeboren mensch weet, niet
alleen uit de Schrift, maar ook uit eigen ervaring,
dat de Heilige Geest nog steeds op aarde is en de
Gids van Gods volk.
Hij was 't, die ons tot Jezus voerde, ons hart
opende voor het licht en de liefde van Christus, en
woning maakte in 't, door 't Bloed des kruises gereinigde
hart.
O, gezegende Geest van Christus! Wij kunnen
ons Hem niet indenken afgescheiden van Zijn
gaven en vruchten. Wij, Gods volk, hebben recht,
zoowel op de gaven, als op de vruchten van Hem,
die in 't midden van de Gemeente als in Zijn tempel
woont en Zijn liefde en wonderkrachten naar alle
zijden uitstraalt.
Het is helaas een onloochenbaar feit, dat van die
krachten weinig meer bespeurd wordt heden ten
dage in de Gemeente van Christus.
Sporadisch treden zij hier of daar voor den dag
bij kinderen Gods, die onwrikbaar in 't geloof staan
en den ganschen Bijbel tot richtsnoer van hun leven
hebben gekozen, en liiet slechts een gedeelte ervan.
De Gemeente heeft ontegenzeggelijk haar eerste
gaven en krachten grootendeels verloren, en 't
ergste is wel, dat men dat verlies nauwelijks opmerkt,
en daarom ook niet erkent.
Met deze opmerking willen wij natuurlijk niet
beweren, dat er totaal geen geestelijk leven bestaat
— maar datzelfde leven beweegt zich als
't ware langs een wenteltrap omhoog, terwijl 't met
forsche treden rechtstreeks het doelwit kon bereiken.
Laten wij, bij de bespreking van I Korinthe 14
onszelven eerlijk afvragen : Als de Heilige Geest,
met al Zijn vruchten en gaven nog in ons midden is
waarom is dit hoofdstuk als Sanskriet voor menige
kerk? Waarom bemerken wij in onze christelijke
kerken niets, totaal niets van deze heerlijke gaven?
Wij willen genoemd hoofdstuk behandelen en
gebruiken de nieuwe vertaling van het N. T.
Vers 1. Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven
des Geestes, doch vooral naar het profeteeren.
Iedere Geestesgave wordt geboren uit de liefde.
Het hart moet dus eerst vernieuwd en wedergeboren
zijn, éér men waarlijk in 't bezit kan zijn van
een Geestesgave.
De wondergaven waarvan sprake is in Matth.
7 : 22, 23, konden onmogelijk uit den Geest Gods
geboren zijn, aangezien de Heere tot deze „profeten
en wonderdoeners" eenmaal zal spreken : „Ik heb
u nooit gekend," Zij, die in de liefde Gods wandelen
en vervuld zijn met Zijn Geest, behooren tot Jezus'
schapen van wie Hij zegt: „Ik ken ze f' (Joh 10: 27).
IJvert om de geestelijke gaven! Volgen wij dat
gebod wel op? Zijn wij gehoorzaam daarin? Moeten
wij niet naar het bezit van geestelijke gaven
streven — niet om daarmede roem en eer voor
onszelven te zoeken, maar om er de gemeente mee
te dienen?
Meest dat gij moogt profeteeren.
De hoogste gave is alzoo, de gave der profetie.
Profeten zijn personen, die rechtstreeks een boodschap
van God overbrengen aan den mensch.
Waarom zijn er in den tegenwoordigen tijd zoo
weinig ware profeten? Zou 't niet zijn omdat er zoo
weinig ware geheiligden zijn?
Menschen, die niet van harte en geheel den Heere
zijn toegewijd, kunnen de gave der profetie niet
bezitten. God schenkt die genadegave alleen aan
hen, die volkomen zijn overgegeven tot Zijn dienst
en alle aardsche dingen schade geacht hebben om
Hem te kunnen volgen.
Vers 2. Want wie in een tong spreekt, spreekt niet
tot menschen, maar tot God, want niemand verstaat
het; door den Geest spreekt hij* geheimenissen.
Hieruit blijkt duidelijk dat het „tongenspreken",
de z.g.n. glossolalie, het charisma, geschonken aan
de Gemeente van Christus, en vooral genoemd
bij de Corinthiërs, iets anders is dan de gave der
talen, hoewel het een met 't ander in nauw verband
staat. Beiden toch zijn van den Geest gegeven.
(Hand. 2 : 4b. en 1 Cor. 14 : 2b.) De wetenschap,
verlegen met deze gave, waarvan zij niets begrijpt,
noemt de glossolalie (Grieksch) een „pathologisch
Object Description
Description
| Title (English/roman) | Gouden-schooven-1948_0119 |
| Full text | %&p GOUDEN SCHOOVEN. 17e Jaargang No. 10 Oct. 1948. Evangelisatie - maandblad. Uitgave van: „De Pinksterzending in Ned.-Indië". (Assemblies of God.) Abonnementsprijs: f 1.— per maand, f 3.— per kwartaal. ,3ls er een Ijanonoi koren tn fyel lano, op be fyocglen ber bergen? ,Be èrncljl oaaroan zal rutscl en als he "pltüanon. ». 72: IB-Redactie: Zr. M. A. ALT. Administratie: Mej.R. DEKKERS. Adres: Krembangan Westerkade 55 Soerabaja. Druk. H. van Ingen — Soerabaia. 1500 ex. 2J5 net ckatiima van net ,,opteken In tongen* waatdeLooi? Wij nemen, als geloovigen, allen aan, dat de Bijbel is : het geïnspireerde Woord van God, het richtsnoer van het geloofsleven der ware christenen voor alle eeuwen. Uitgaande van dit standpunt willen wij o.a. 1 Corinthe 14 tezamen lezen, biddende om de voorlichting des Heiligen Geestes, in 't vaste geloof, dat dit apostolisch woord ook ons geldt, de gemeente van Christus in de laatste dagen dezer „bedeeling der heidenen." Ieder bekeerd en wedergeboren mensch weet, niet alleen uit de Schrift, maar ook uit eigen ervaring, dat de Heilige Geest nog steeds op aarde is en de Gids van Gods volk. Hij was 't, die ons tot Jezus voerde, ons hart opende voor het licht en de liefde van Christus, en woning maakte in 't, door 't Bloed des kruises gereinigde hart. O, gezegende Geest van Christus! Wij kunnen ons Hem niet indenken afgescheiden van Zijn gaven en vruchten. Wij, Gods volk, hebben recht, zoowel op de gaven, als op de vruchten van Hem, die in 't midden van de Gemeente als in Zijn tempel woont en Zijn liefde en wonderkrachten naar alle zijden uitstraalt. Het is helaas een onloochenbaar feit, dat van die krachten weinig meer bespeurd wordt heden ten dage in de Gemeente van Christus. Sporadisch treden zij hier of daar voor den dag bij kinderen Gods, die onwrikbaar in 't geloof staan en den ganschen Bijbel tot richtsnoer van hun leven hebben gekozen, en liiet slechts een gedeelte ervan. De Gemeente heeft ontegenzeggelijk haar eerste gaven en krachten grootendeels verloren, en 't ergste is wel, dat men dat verlies nauwelijks opmerkt, en daarom ook niet erkent. Met deze opmerking willen wij natuurlijk niet beweren, dat er totaal geen geestelijk leven bestaat — maar datzelfde leven beweegt zich als 't ware langs een wenteltrap omhoog, terwijl 't met forsche treden rechtstreeks het doelwit kon bereiken. Laten wij, bij de bespreking van I Korinthe 14 onszelven eerlijk afvragen : Als de Heilige Geest, met al Zijn vruchten en gaven nog in ons midden is waarom is dit hoofdstuk als Sanskriet voor menige kerk? Waarom bemerken wij in onze christelijke kerken niets, totaal niets van deze heerlijke gaven? Wij willen genoemd hoofdstuk behandelen en gebruiken de nieuwe vertaling van het N. T. Vers 1. Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteeren. Iedere Geestesgave wordt geboren uit de liefde. Het hart moet dus eerst vernieuwd en wedergeboren zijn, éér men waarlijk in 't bezit kan zijn van een Geestesgave. De wondergaven waarvan sprake is in Matth. 7 : 22, 23, konden onmogelijk uit den Geest Gods geboren zijn, aangezien de Heere tot deze „profeten en wonderdoeners" eenmaal zal spreken : „Ik heb u nooit gekend" Zij, die in de liefde Gods wandelen en vervuld zijn met Zijn Geest, behooren tot Jezus' schapen van wie Hij zegt: „Ik ken ze f' (Joh 10: 27). IJvert om de geestelijke gaven! Volgen wij dat gebod wel op? Zijn wij gehoorzaam daarin? Moeten wij niet naar het bezit van geestelijke gaven streven — niet om daarmede roem en eer voor onszelven te zoeken, maar om er de gemeente mee te dienen? Meest dat gij moogt profeteeren. De hoogste gave is alzoo, de gave der profetie. Profeten zijn personen, die rechtstreeks een boodschap van God overbrengen aan den mensch. Waarom zijn er in den tegenwoordigen tijd zoo weinig ware profeten? Zou 't niet zijn omdat er zoo weinig ware geheiligden zijn? Menschen, die niet van harte en geheel den Heere zijn toegewijd, kunnen de gave der profetie niet bezitten. God schenkt die genadegave alleen aan hen, die volkomen zijn overgegeven tot Zijn dienst en alle aardsche dingen schade geacht hebben om Hem te kunnen volgen. Vers 2. Want wie in een tong spreekt, spreekt niet tot menschen, maar tot God, want niemand verstaat het; door den Geest spreekt hij* geheimenissen. Hieruit blijkt duidelijk dat het „tongenspreken", de z.g.n. glossolalie, het charisma, geschonken aan de Gemeente van Christus, en vooral genoemd bij de Corinthiërs, iets anders is dan de gave der talen, hoewel het een met 't ander in nauw verband staat. Beiden toch zijn van den Geest gegeven. (Hand. 2 : 4b. en 1 Cor. 14 : 2b.) De wetenschap, verlegen met deze gave, waarvan zij niets begrijpt, noemt de glossolalie (Grieksch) een „pathologisch |
| Archival file | Volume270/Gouden-schooven-1948_0119.pdf |
Comments
Post a Comment for Gouden-schooven-1948_0119