Gouden-schooven-1946-1947_0137 |
Save page Remove page | Previous | 1 of 12 | Next |
|
small (250x250 max)
medium (500x500 max)
large ( > 500x500)
Full Resolution
|
This page
All
Subset |
wijf
Jeiï
had
jste
and
van
mh
ich-hef
eri-tle-eeft
ge-ooit
r al
GOUDEN SCHOOVEN.
16 Jaargang No. 11
November 1947.
Evangelisatie - maandblad.
Uitgaven van :
„De Pinksterzending
in Ned.-Indië".
Abonnementsprijs:
f 1.— per maand,
f 3.—per kwartaal.
,31s er een fyano&ol boren m rjet
{atiü, op oe Ijoogten her bergen?
^e bmtfy oaar&an zal rwscfyen
nte oe ^Etfotnon.
s, 72: 16.
Bedactie en
Administratie
Zr. M. A. ALT.
Adres:
Krembangan
Westerkade 55
Soerabaja.
Druk. H. van Ingen — Soerabaia. 600 ex.
o o
g MARA. g
g door g
g E. L. CORBET. g
O 0
,,Noemt mij niet Naomi : noemt mij
Mara, want de Almachtige heeft mij
groote bitterheid aangedaan".
(Ruth 1: 20).
Deze klacht, komende uit het diepst van
haar, door groote smart en leed gefolterde
ziel, uitte Naomi. Naomi beteekent „aangenaam".
Er was een tijd van groot geluk
voor haar geweest, toen zij omringd werd
door de liefdevolle zorgen van haar man,
haar beide zonen met hunne vrouwen. Hoe
gelukkig was zij, hoe heerlijk en aangenaam
was toen haar leven ; altijd haar geliefden
bij zich te hebben, totdat meedoogenloos de
zware tegenslagen haar geluk verbrijzelden.
Zij verloor haar man en hare twee zonen,
welke van hare zijde werden afgerukt. Arm
en gebukt onder den zwaren last van smart,
toog zij met hare beide schoondochters uit
Moab. Hoe werd haar leed niet vermeerderd,
toen hare schoondochter Orpa haar verliet
om terug te keeren tot haar volk en haar
goden. Overstelpt door smart, het hart
gevuld met groote bitterheid, zeide zij :
„Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de
Heere doen wederkeeren ; waarom zoudt gij
mij Naomi noemen, daar de Heere tegen mij
getuigt en de Almachtige mij kwaad aangedaan
heeft ? Het was werkelijk een levensprobleem
voor Naomi, dat zij niet kon begrijpen.
Zij pijnigde hare gedachten met de vraag,
waarom de Heere haar deze diepe smart had
aangedaan.
Evenals een Asaf zou voorzeker ook Naomi
uitgeroepen hebben : „Nochtans heb ik
gedacht om dit te mogen verstaan, maar het
was moeite in mijne oogen." (Ps. 73 : 16).
Vele kinderen Gods verkeeren thans in
denzelfden toestand als Naomi. Vaders hebben
in dezen oorlog zonen verloren, moeders
eveneens ; vrouwen zijn weduwen geworden.
Welk een smart, wat een leed voor de getroffenen.
Al onze bezittingen verloren. Is
het dan wonder, dat velen van ons door
dit leed met bitterheid worden vervuld en
als Naomi klagen : „De Heere getuigt tegen
mij en de Almachtige heeft mij kwaad gedaan."
Al het geluk is als bij tooverslag verdwenen
en diepe smart en rouw heeft bij
vele gezinnen hare intrede gedaan.
Uit het Mara-hart welt de klacht op:
„Waarom heeft God het toegelaten, dat mij
al deze diepe smart heeft getroffen?" Gebukt
onder het onnoemelijk leed, geprangd door
rouw, bijna verteerd door smart, klaagt het
doodelijk gewonde hart: „God heeft mij met
bitterheden verzadigd, Hij heeft mij met
alsem dronken gemaakt" (Klaagl. 3 : 15).
Evenals de Israëlieten te Mara (Ex. 15 :
23, 24) beginnen vele kinderen Gods door
deze zware tegenslagen te murmureeren en
opstandig te worden tegen den Heere. Verdwenen
is hun geloof en vertrouwen in God,
om plaats te maken voor opstandigheid en
twijfelmoedigheid.
Welgelukzalig echter het kind van God,
dat niettegenstaande zijn smart en leed nog
met een oprecht hart kan zeggen : „Naakt
ben ik uit den moederschoot gekomen, en
naakt zal ik daarhenen wederkeeren. De
Heere heeft gegeven en de Heere heeft genomen
: de naam des Heeren zij geloofd"
(Job 1 : 21). Wij kunnen Gods plan ten opzichte
van ons niet doorgronden, omdat
Object Description
Description
| Title (English/roman) | Gouden-schooven-1946-1947_0137 |
| Full text | wijf Jeiï had jste and van mh ich-hef eri-tle-eeft ge-ooit r al GOUDEN SCHOOVEN. 16 Jaargang No. 11 November 1947. Evangelisatie - maandblad. Uitgaven van : „De Pinksterzending in Ned.-Indië". Abonnementsprijs: f 1.— per maand, f 3.—per kwartaal. ,31s er een fyano&ol boren m rjet {atiü, op oe Ijoogten her bergen? ^e bmtfy oaar&an zal rwscfyen nte oe ^Etfotnon. s, 72: 16. Bedactie en Administratie Zr. M. A. ALT. Adres: Krembangan Westerkade 55 Soerabaja. Druk. H. van Ingen — Soerabaia. 600 ex. o o g MARA. g g door g g E. L. CORBET. g O 0 ,,Noemt mij niet Naomi : noemt mij Mara, want de Almachtige heeft mij groote bitterheid aangedaan". (Ruth 1: 20). Deze klacht, komende uit het diepst van haar, door groote smart en leed gefolterde ziel, uitte Naomi. Naomi beteekent „aangenaam". Er was een tijd van groot geluk voor haar geweest, toen zij omringd werd door de liefdevolle zorgen van haar man, haar beide zonen met hunne vrouwen. Hoe gelukkig was zij, hoe heerlijk en aangenaam was toen haar leven ; altijd haar geliefden bij zich te hebben, totdat meedoogenloos de zware tegenslagen haar geluk verbrijzelden. Zij verloor haar man en hare twee zonen, welke van hare zijde werden afgerukt. Arm en gebukt onder den zwaren last van smart, toog zij met hare beide schoondochters uit Moab. Hoe werd haar leed niet vermeerderd, toen hare schoondochter Orpa haar verliet om terug te keeren tot haar volk en haar goden. Overstelpt door smart, het hart gevuld met groote bitterheid, zeide zij : „Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de Heere doen wederkeeren ; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de Heere tegen mij getuigt en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft ? Het was werkelijk een levensprobleem voor Naomi, dat zij niet kon begrijpen. Zij pijnigde hare gedachten met de vraag, waarom de Heere haar deze diepe smart had aangedaan. Evenals een Asaf zou voorzeker ook Naomi uitgeroepen hebben : „Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan, maar het was moeite in mijne oogen." (Ps. 73 : 16). Vele kinderen Gods verkeeren thans in denzelfden toestand als Naomi. Vaders hebben in dezen oorlog zonen verloren, moeders eveneens ; vrouwen zijn weduwen geworden. Welk een smart, wat een leed voor de getroffenen. Al onze bezittingen verloren. Is het dan wonder, dat velen van ons door dit leed met bitterheid worden vervuld en als Naomi klagen : „De Heere getuigt tegen mij en de Almachtige heeft mij kwaad gedaan." Al het geluk is als bij tooverslag verdwenen en diepe smart en rouw heeft bij vele gezinnen hare intrede gedaan. Uit het Mara-hart welt de klacht op: „Waarom heeft God het toegelaten, dat mij al deze diepe smart heeft getroffen?" Gebukt onder het onnoemelijk leed, geprangd door rouw, bijna verteerd door smart, klaagt het doodelijk gewonde hart: „God heeft mij met bitterheden verzadigd, Hij heeft mij met alsem dronken gemaakt" (Klaagl. 3 : 15). Evenals de Israëlieten te Mara (Ex. 15 : 23, 24) beginnen vele kinderen Gods door deze zware tegenslagen te murmureeren en opstandig te worden tegen den Heere. Verdwenen is hun geloof en vertrouwen in God, om plaats te maken voor opstandigheid en twijfelmoedigheid. Welgelukzalig echter het kind van God, dat niettegenstaande zijn smart en leed nog met een oprecht hart kan zeggen : „Naakt ben ik uit den moederschoot gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeeren. De Heere heeft gegeven en de Heere heeft genomen : de naam des Heeren zij geloofd" (Job 1 : 21). Wij kunnen Gods plan ten opzichte van ons niet doorgronden, omdat |
| Archival file | Volume270/Gouden-schooven-1946-1947_0137.pdf |
Comments
Post a Comment for Gouden-schooven-1946-1947_0137